Uitvindingen

“Elke uitvinding is een kunstwerk zoals elk kunstwerk een uitvinding is”

SELF CLOSING FLOOD BARRIER.


De zelf sluitende waterkering bescherm het Van Abbe Museum in Eindhoven

Tijdens hoogwater in februari 1995 vond Johann van den Noort de Zelf Sluitende Waterkering uit. In de loop der jaren ontwikkelende hij het system met diverse bedrijven in binnen- en buitenland. De waterkering word door Hyflo self closing flood systems BV in Kampen gebouwd. De waterkering is nu, na ca 22 jaar, het meest gevraagde en verkochte zelfsluitende waterkeringsystem in de wereld dat inmiddels  vele steden, gebouwen en mensen beveiligd tegen overstromingen in alle continenten. Deze uitvinding ontving reeds 6 internationale awards, waarvan de meest prominente: The Best Civil Technical Invention of the World.


TWIN WING TSUNAMI BARRIER


Artist impressie van de TWTB

Naar aanleiding van de in december 2004 in Azië en de in maart 2011 in Japan ontstane tsunami’s als gevolg van aardbevingen deed Johann van den Noort de uitvinding van de Twin Wing Tsunami Barrier (TWTB). Hij ontwikkelde dit idee in nauwe samenwerking met een groep van acht studenten en docenten van de Hogeschool Zuyd in Heerlen. In een periode van 4 jaar werden drie groepen gevormd die in het kader van hun afstudeerproject de tsunami barrier bestudeerden, berekenden en in het waterbouwkundig laboratorium van de hogeschool, waar tsunami golven gesimuleerd konden worden, is het systeem uitgebreid getest. De barrier die ver uit de kust op de zeebodem ligt en baaien af kan sluiten elimineert de tsunami golven volledig voordat ze hun kracht en hoogte krijgen en stuurt ze terug de oceaan in. Met de vele studiegegevens en rapporten ontwikkelde Johann van den Noort uiteindelijk de Twin Wing Tsunami Barrier, die wereldwijd met veel lof werd ontvangen. De uitvinding ontving de jaarlijkse Wall Street Journal Technological Innovation Award in 2012 en in 2013 de fel begeerde Edison Award. Zie video


ROTATING FLOATING AIRPORT


Ontwerptekening van het drijvende en draaiende vliegveld (RFA) in zee als hub voor Schiphol

Naar aanleiding van de verkeersoverlast van Schiphol ontwierp Johann van den Noort in Juni 2001 een drijvend vliegveld in de Noordzee zo’n 15 kilometer uit de kust. Het idee is om een rond betonnen eiland te bouwen met een diameter van 250 meter. Rond om die eiland kan op een lagering een drijvend pneumatisch  gestabiliseerd platform ronddraaien en in de wind gelegd worden. De vliegtuigen kunnen zodoende altijd in de wind opstijgen en landen. Het vaste eiland is met een metrotunnel verbonden met het bestaande vliegveld Schiphol. Het RFA had vele milieutechnische voordelen boven een vast eiland en kan jaarlijks 70 miljoen passagiers verwerken.  In samenwerking met ingenieursbureau  Royal Haskoning en een groep studenten van de TU Delft werd een haalbaarheidsstudie gedaan. De uitvinding werd nomineert voor de;  Dutch ID-NL 2004 Award.


OIL RECOVERY VESSEL 

   
Ontwerptekening van olie verwijderings vaartuig

De olierampen met olietankers zoals de Exxon Valdez was voor Johann van den Noort aanleiding om een vaartuig te ontwikkelen waarmede olie op een snelle en efficiënte manier van het zeeoppervlak verwijderd kan worden. Met een kruissnelheid van 25 – 30 knopen, snel ter plaatse,  kan de catamaran met ronddraaiend borstels tussen de beide rompen, 500 ton olie met een gemiddelde vaarsnelheid van 5 knopen per uur uit zee opvegen en in opblaasbare drijvende containers pompen. De uitvinding werd in samenwerking met studenten van de TU Delft en Scheepswerf Peters in Kampen verder uitgewerkt en ontworpen. De uitvinding ontving van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat de Innovation Award 2000.


OVERIGE UITVINDINGEN

  • Windvaan Zelfstuurinrichting voor zeiljachten.
  • Getijde Waterkracht Turbine voor het opwekken van energie uit getijde-stromingen.
  • Tijdelijke Zwembad Wand voor golfslagbaden.
  • Getijde Ponton voor op en afrijden op veerponten.
  • Oplossing BP olieramp in de Golf van Mexico 2010
  • Oplossing verkeersproblematiek Stationsplein Kampen

 Artikel van Drs. Enith Vlooswijk in “De Ingenieur”, januari 2016 :

‘Elke uitvinding is een kunstwerk’

Als Nederland echt wil innoveren, moet het technische onderwijs veel meer aandacht besteden aan creatieve vorming, zegt Johann van den Noort (75). De Kampenaar ontwierp een nieuwe waterkering voor het Van Abbemuseum in Eindhoven en won eerder met zijn Twin-wing Tsunami Barrier al de prestigieuze Edison Silver Award. Zonder zijn schilderatelier was het allemaal niet mogelijk geweest. “Het was nacht en ik kon de slaap niet vatten. Op allerlei plaatsen in Nederland stonden er dijken op doorbreken, ook hier in Kampen. Het was in februari 1995. De hele dag door had ik mensen zien sjouwen met zandzakken, waarmee ze een extra dijk op de weg hadden gelegd. Ik had als kind veel zandkastelen gebouwd op het strand in Wijk aan Zee en wist gewoon: als die dijk doorbreekt, dan spoelt het water dat zand zo weg. Ook ons huis was dan onder water komen te staan. Is er geen andere manier om het water tegen te houden dan te sjouwen met zandzakken, vroeg ik me af. Midden in de nacht ben ik uit bed gestapt om naar mijn atelier te gaan. Daar heb ik een schetsje gemaakt van een waterkering die helemaal zelfstandig het water kan keren. Het principe is eenvoudig: een polyester wand in een bak gaat vanzelf omhoog, wanneer de bak zich met water vult. Toen de schets af was, ben ik weer naar bed gegaan en in slaap gevallen. Mijn atelier is ontzettend belangrijk voor me. Mijn hele leven ben ik bezig geweest met tekenen en schilderen, ik denk dat ik vijf- of zesduizend kunstwerken in mijn leven heb gemaakt. Elke dag ben ik bezig met creëren. Als je muzikaal bent, kun je nog niet direct piano spelen, dat vergt vele uren oefenen. Als je goede kunst wilt maken, moet je daar dagelijks uren mee bezig zijn. Je moet ook vrij durven zijn, want iets goed natekenen is nog niet creatief zijn. Hoe vrijer je in de kunst bent, des te meer creativiteit je ontwikkelt. Door de kunst kom ik op allerlei ideeën. Met die eerste nachtelijke schets – ik heb hem ingelijst – ben ik aan de slag gegaan. In Hasselt hebben we eerst een model gebouwd in een zwembad en we zijn proeven gaan nemen. Het duurde twee jaar voor het ontwerp goed werkte en verkoopbaar was. In 1998 hebben we de eerste waterkering in Meppel aangelegd, nu hebben we wereldwijd 20 distributeurs. Op alle contintenten wordt het principe toegepast. Ook bij het Van Abbenmuseum in Eindhoven, dat aan de Dommel ligt, komt er binnenkort eentje. Mijn kunst en mijn uitvindingen, alles heeft te maken met water. Ik heb mijn hele leven gezeild en zelf bootjes gehad. Ook bij windkracht acht gaan we nog rustig de zee op. Als ontwerper gebruik ik vooral de natuurwetten, zoals de wet van archimedes: de opwaartse kracht van water is even groot als het gewicht van het verplaatste water. In mijn kunst verbeeld ik juist de woestheid en de vrijheid van water. Als ik schilder, druipt de verf er vanaf, de spetters zijn enorm zichtbaar. De basiseigenschappen van water gebruik ik om iets te laten ontstaan, ik laat ook het toeval zijn werk doen. Ik hou van golven, van watervogels en eilanden in de zee. Mensen op een eiland zien overal water, ze zijn van dat water afhankelijk en moeten het te vriend houden. Ik moest onlangs een lezing geven voor 180 studenten op de TU Delft op een symposium met de titel ‘De strijd tegen het water’. Ik vertelde hun dat je die strijd nooit kunt winnen, je kunt geen druppel water vernietigen, het blijft altijd dezelfde hoeveelheid. Wel kun je je ertegen beschermen. Naast die waterkering heb ik ook nog andere ontwerpen gemaakt, bijvoorbeeld een drijvend vliegveld op Noordzee voor Schiphol, en een schip waarmee je bij milieurampen heel snel olie van het water kunt afschrapen. Na de tsunami in Azie ontworp ik de Twing Wing Tsunami Barrier. Wanneer de zee zich terugtrekt, klapt automatisch de eerste vleugel op die het kustwater tegenhoudt. Als de golf vervolgens terugrolt, gaat de tweede vleugel omhoog die de kust beschermt. Voor dit ontwerp won ik in 2012 de Wall Street Journal Technical Innovation Award en de Edison Silver Award in 2013. Ik ben hem gaan ophalen in Chicago, daar heb ik toen ook het Museum of Contemporary Art bezocht. Ik ben geen ingenieur. Ik heb dislexie en heb met veel moeite MTS autotechniek gedaan en twee jaar een avondopleiding gevolgd aan de kunstacademie. Toen ik de waterkering ontworp, had ik een autobedrijf. Die heb ik later verkocht. Door de kunst heb ik mijn creativiteit ontwikkeld: als er een probleem is, denk ik erover na en heb ik er eigenlijk heel snel een oplossing voor. Het maken van een kunstwerk heeft ook altijd een probleem in zich dat je moet oplossen. Dat moet je heel snel doen; als ik een lijn op papier zet, bepaal ik heel snel wat de volgende lijn zal zijn. Niets bij voorbaat uitsluiten, dat is heel belangrijk, want creativiteit is improviseren. Elke uitvinding is een kunstwerk en elk kunstwerk is een uitvinding. Willen we de innovatie aanwakkeren in Nederland, dan moeten we beginnen bij de basis, bij creativiteit. Innoveren kun je niet eventjes doen, dat moet je leren, dat moet je ontwikkelen bij jezelf. Toen ik op de MTS zat, hadden we een paar uur in de week creatieve vorming, tekenen en schilderen. Dat wordt nu eigenlijk niet meer gegeven en op de universiteit al helemaal niet meer. Alles is enorm vakinhoudelijk geworden, dat is een groot gemis. Ik heb de universiteit in Kuala Lumpur in Maleisïe bezocht. Daar hebben ze een afdeling Innovatie waar ook heel veel tekenen en schilderen aan te pas komt. Ik vind het een van de belangrijkste vakken die een school kan geven. Een taal leer je vanzelf wel, dit moet je dagelijks doen. Dat besef is er te weinig op dit moment, scholen zijn veel te technisch en te vakgericht bezig. Als ik zie wat ze in het verre oosten doen op dat gebied, vrees ik dat we in Nederland nog behoorlijke concurrentie krijgen. Tegen productiebedrijven zeg ik wel eens, dat ze eigenlijk een kunstenaar in dienst zouden moeten nemen die met ze meedenkt. Misschien is zo iemand nog wel belangrijker dan een boekhouder. Als een bedrijf een probleem heeft, dan kan een kunstenaar daar soms veel beter oplossingen voor bedenken dan mensen die bedrijfsblind zijn geworden. Ik snap ook niet dat mijn waterkering niet veel eerder is uitgevonden. In het verleden heb ik heel veel schilderijen verkocht, vooral aan bedrijven die soms hele kantoren wilden inrichten. De laatste jaren verkoop ik minder, omdat het zo’n gedoe is en het gaat slecht met galerieën. Nooit heb ik overwogen om van de kunst te leven. Ik vond het veel fijner om onafhankelijk te zijn. Als je kunst moet verkopen, moet je publiek het mooi vinden. En omdat ik een goede baan had, kon ik altijd de beste materialen gebruiken. Ik ben evenveel ontwerper als kunstenaar, net als Leonardo da Vinci. Ik zou niet kunnen kiezen. Dat zie je vaker bij kunstenaars: Jan van der Heijden, de uitvinder van de brandspuit, was ook kunstenaar. Juist kunstenaars hebben de creativiteit om iets uit te vinden. Mijn zoon neemt nu de verkoop over, ik ga door met schilderen en ontwerpen. Hoewel ik vijfenzeventig ben, denk ik niet dat ik er ooit mee kan stoppen. Dat komt ook wel doordat ik christen ben, ik zie het als een opdracht van God om de wereld een beetje beter, veiliger en mooier te maken. Ja, het is een roeping.”